Een belangrijk bezwaar van TLN is dat volgens het wetsvoorstel een zelfstandige minimaal drie opdrachtgevers moet hebben om als ondernemer te worden gezien. In de transportsector werkt dat vaak anders. Veel zelfstandige vervoerders rijden langere tijd voor één opdrachtgever, bijvoorbeeld omdat zij gespecialiseerd vervoer uitvoeren of met een specifiek voertuig rijden.
Volgens TLN zegt het aantal opdrachtgevers daarom weinig over of iemand echt onderneemt. Een chauffeur die zelf investeert in zijn vrachtwagen, zorgt voor de financiering en verzekeringen en alle risico’s van onderhoud, schade en bedrijfsvoering draagt, blijft een ondernemer. Ook als hij het grootste deel van zijn ritten voor één opdrachtgever uitvoert.
Kijk naar daadwerkelijk ondernemerschap
TLN vindt daarom dat de wet veel nadrukkelijker moet kijken naar de kenmerken die laten zien dat iemand daadwerkelijk ondernemer is. Voor zelfstandige vervoerders gaat het onder meer om het beschikken over een eigen vergunning voor beroepsgoederenvervoer, het doen van substantiële investeringen in voertuigen en bedrijfsmiddelen en het dragen van financiële en operationele risico’s. Daarnaast zijn zij zelf wettelijk aansprakelijk als vervoerder en verantwoordelijk voor de naleving van regels, zoals de rij- en rusttijden. Deze kenmerken laten zien dat zelfstandige vervoerders binnen een sterk gereguleerd juridisch en economisch kader voor eigen rekening en risico ondernemen.
Ruimte voor sectorspecifiek maatwerk
TLN pleit daarom om sectorspecifiek maatwerk in de wet. Bij de beoordeling of iemand als zelfstandige werkt, moet beter rekening worden gehouden met de manier waarop het beroepsgoederenvervoer in de praktijk is georganiseerd.
Daarnaast vindt TLN dat duidelijk moet worden vastgelegd dat verplichtingen uit wet- en regelgeving of uit de vervoersopdracht niet automatisch wijzen op een gezagsverhouding met een opdrachtgever. Zo kan een vervoerder vaak niet zelf bepalen waar goederen worden geladen of gelost en moet hij zich houden aan wettelijke rij- en rusttijden. Dat zijn normale voorwaarden binnen het transport en geen aanwijzingen dat sprake is van een dienstverband.
Ook pleit TLN voor behoud van de sectorspecifieke modelovereenkomst voor het beroepsgoederenvervoer, ook na 2029. Deze biedt opdrachtgevers en zelfstandigen praktische duidelijkheid over hun arbeidsrelatie.
Rechtszekerheid voor zelfstandige vervoersondernemers
TLN steunt de aanpak van schijnzelfstandigheid, maar vindt dat de nieuwe wet tegelijkertijd duidelijkheid en zekerheid moet bieden aan ondernemers die aantoonbaar voor eigen rekening en risico werken. Een zelfstandig vervoerder die investeert in materieel, beschikt over een eigen vervoersvergunning en zelf het financiële en operationele risico draagt, moet niet buiten de zelfstandigentoets vallen omdat hij langere tijd voor één of twee opdrachtgevers rijdt.
Daarom heeft TLN de wetgever gevraagd de zelfstandigentoets te heroverwegen en meer rekening te houden met de specifieke kenmerken van het beroepsgoederenvervoer. Daarmee kan beter onderscheid worden gemaakt tussen schijnzelfstandigheid en zelfstandig ondernemerschap.



