Zwaar transport ondervindt beperkingen
Het Nederlandse wegennet functioneert op veel plekken nog redelijk, maar onderliggend nemen de problemen steeds verder toe. Alleen bij de wegen is inmiddels sprake van ongeveer € 1,5 miljard aan uitgesteld onderhoud.
Voor zwaar transport zijn de gevolgen ook merkbaar. Meer dan de helft van de beperkingen bij bruggen en viaducten heeft betrekking op zwaar vervoer. Zo geldt bij onder meer knooppunt Velperbroek (A12) en het viaduct Kamperhoekweg (A6) een verbod voor zwaar transport.
Een beperking op een brug of viaduct kan direct grote gevolgen hebben voor vervoerders. Een alternatieve route betekent extra kilometers, vertraging en hogere kosten. Zeker voor zwaar en exceptioneel transport zijn de mogelijkheden om uit te wijken bovendien zeer beperkt.
TLN dringt er daarom bij Rijkswaterstaat op aan de informatievoorziening dynamischer en actueler te maken, zodat vervoerders tijdig en beter inzicht krijgen in verkeerssituaties en beperkingen voor zwaar en exceptioneel transport.
Bruggen en viaducten niet doorgerekend
Een ander belangrijk aandachtspunt is de constructieve veiligheid van bruggen en viaducten. Van de bruggen en viaducten op het hoofdwegennet is 79 procent nog niet doorgerekend op constructieve veiligheid.
Dat maakt nieuwe beperkingen een belangrijk risico voor de bereikbaarheid en betrouwbaarheid van routes. Voor vervoerders is het belangrijk om zo vroeg mogelijk te weten waar beperkingen ontstaan, zodat zij daar in hun planning en routekeuze rekening mee kunnen houden.
Ook zorgen over sluizen
Ook op de vaarwegen neemt de druk toe. Sluizen zijn 4,4 procent van de tijd niet beschikbaar en worden voor het eerst gemiddeld als ‘matig’ beoordeeld. De onderhoudsachterstand bedraagt hier bijna € 1 miljard.
Voor de logistieke sector is ook de betrouwbaarheid van de vaarwegen van groot belang. Als een sluis niet beschikbaar is, kan dat leiden tot vertraging en verstoring van logistieke ketens.
Verouderd verkeersmanagement raakt wegcapaciteit
Niet alleen wegen en kunstwerken verouderen. Ook een steeds groter deel van de systemen voor verkeersmanagement nadert of passeert het einde van de levensduur. Inmiddels geldt dit voor 65 procent van deze systemen.
Dat kan rechtstreeks gevolgen hebben voor de beschikbare capaciteit op de weg voor transportondernemers. Als bijvoorbeeld een camera niet werkt, kan een spitsstrook niet worden geopend. Daarmee kan verouderde techniek uiteindelijk leiden tot minder beschikbare wegcapaciteit en een minder betrouwbare doorstroming.
Betrouwbare infrastructuur hard nodig
De Staat van de Infrastructuur 2025 laat daarmee zien dat prioritering en extra geld voor beheer en onderhoud noodzakelijk zijn, maar dat daarmee de problemen nog niet zijn opgelost. De onderhoudsachterstand blijft groot en een deel van de infrastructuur wordt niet vervangen, terwijl daar wel aanleiding voor is. Daarmee blijft het risico op verdere beperkingen en uitval bestaan, met gevolgen voor de bereikbaarheid en de economie.
Voor vervoerders is de staat van de infrastructuur dan ook geen technisch vraagstuk. Een gewichtsbeperking, afgesloten brug of niet-beschikbare sluis kan direct leiden tot omrijden, vertraging, aanpassingen in de planning en direct extra kosten.
Voor TLN maakt het nieuwe rapport extra duidelijk dat het Rijk structureel voldoende middelen beschikbaar moet stellen voor beheer, onderhoud en vervanging van de infrastructuur, en waar nodig voor uitbreiding. Tegelijkertijd moeten vervoerders sneller en beter inzicht krijgen in actuele beperkingen, zodat zij hun transport daarop kunnen aanpassen. De oplopende onderhoudsachterstand laat zien dat verder uitstel uiteindelijk leidt tot een grotere opgave en meer risico's voor de bereikbaarheid van Nederland.



